Dilemma’s in de praktijkopleiding

Wat te doen bij dilemma's in de praktijkopleiding. Hieronder vind je alle informatie die je moet weten.

Doelstelling dilemma's praktijkopleiding

In verschillende fases van de praktijkopleiding (PO) wordt aan de trainee gevraagd te beschrijven hoe de trainee is omgegaan met een dilemma. Gedurende de praktijkopleiding moeten trainees in hun jaarrapportages ingaan op persoonlijke dilemma’s. Een persoonlijk dilemma staat ook centraal in het referaat dat de trainee moet schrijven en presenteren en ten slotte moet de trainee het geïntegreerde slotexamen beginnen met een presentatie over een persoonlijk dilemma*dat vervolgens onderwerp van examinering is.

Op basis van ervaringen in de praktijkopleiding, waaronder de examens, heeft een aantal trainees moeite om goed onderscheid te maken tussen een persoonlijk dilemma en een vaktechnisch probleem. Het selecteren van een goed dilemma wordt daarmee voor hen als lastig ervaren. Het herkennen van een ‘geschikt’ dilemma kost soms de nodige moeite. In dit memo wordt een aantal handvatten gegeven om trainees en examenkandidaten te ondersteunen bij het vinden en beschrijven van een goed dilemma.

* De examencommissie onderzoekt (najaar 2021) alternatieven voor het dilemma tijdens de presentatie van het slotexamen.

Definitie van een dilemma

De Informatiegids Praktijkopleiding* definieert een ‘dilemma’ als: ‘Een keuze uit twee of meer alternatieven, die even (on)aantrekkelijk zijn, waarbij de keuze betrekking heeft op een vraagstuk of situatie in je beroepspraktijk die [een trainee] zelf [heeft] moeten afwikkelen in het kader van een voor de praktijkopleiding relevante opdracht.’ 

* Deze definitie is zowel opgenomen in de Informatiegids Praktijkopleiding Assurance (januari 2020) als in de Informatiegids Praktijkopleiding MKB (maart 2020)

Het dilemma: persoonlijk en steeds complexer

Zowel bij het referaat als bij het geïntegreerde slotexamen moet sprake zijn van een complex persoonlijk dilemma waarmee de trainee tijdens de uitoefening van zijn professionele dienst is geconfronteerd. In de derde jaarrapportage werkt de trainee minimaal één complex dilemma uit.

Het onder woorden brengen van een complex persoonlijk dilemma en de motivering van de gekozen oplossing wordt door trainees vaak als lastig ervaren. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat een vaktechnisch vraagstuk uitvoerig wordt behandeld. Uiteraard kan een vaktechnisch vraagstuk wel de oorzaak zijn geweest van het ontstaan van het persoonlijke dilemma en kan het noodzakelijk zijn om de context te schetsen.

Een zuiver vaktechnisch vraagstuk is geen dilemma

In de dagelijkse praktijk worden trainees doorlopend geconfronteerd met vaktechnische vraagstukken in het kader van de jaarrekeningcontrole. Sommige vraagstukken zijn relatief simpel: ‘Hoe controleer ik de post debiteuren?’ of ‘Hoe documenteer ik een uitgevoerde voorraadinventarisatie.’ Andere vraagstukken zijn complexer. Zo kan er sprake zijn van complexe regelgeving bij een grote onderneming. Ook grote opdrachten kunnen zeker voor trainees met een relatief beperkte praktijkervaring complex zijn. Maar als de uitvoering plaatsvindt volgens de geldende regelgeving, is er doorgaans wel een oplossing te vinden voor vaktechnische vraagstukken. Bij vraagstukken met een meer uniek karakter kunnen specialisten, zoals collega’s van de afdeling Vaktechniek of sectordeskundigen, ondersteuning bieden bij het vinden van de juiste vaktechnische oplossing.

Al deze vaktechnische vraagstukken, of ze nu relatief simpel of relatief complex zijn, kwalificeren niet als een dilemma. De acceptatie van de oplossing bij de verschillende betrokken partijen kan mogelijk wel leiden tot een ‘dilemma’.

Persoonlijk dilemma

Er is sprake van een persoonlijk dilemma wanneer de trainee in een situatie terecht komt waarin een keuze moet worden gemaakt uit verschillende alternatieven waarvan de gevolgen niet eenduidig positief of negatief zijn. Met andere woorden, de alternatieven zijn allemaal even (on)aantrekkelijk. Daardoor ontstaat een keuze waarvan de gevolgen als het ware schuren. De trainee moet spreekwoordelijk wakker hebben gelegen van de situatie. De door de trainee te maken keuze moet betrekking hebben op de werksituatie. Het ligt ook voor de hand dat de trainee schrijft en spreekt vanuit een ‘ik’-perspectief en de woorden ‘ik’ en ‘mij(n)’ gebruikt.

In een persoonlijk dilemma staat het gedrag van de trainee centraal in relatie tot vaak meerdere partijen die bij het oplossen van het dilemma zijn betrokken. Nadrukkelijk is het de bedoeling dat de wet- en regelgeving die hierop ziet in de uitwerking wordt betrokken. Te denken valt dan aan de fundamentele beginselen uit de VGBA, de onafhankelijkheid (ViO) en ethische beginselen. De overige wet- en regelgeving (Wab, Wta, Bta, verordeningen (waaronder de NV COS), verslaggevingsnormen) kan een rol hebben gespeeld bij de oplossing van een dilemma, maar er mag nooit sprake zijn van alleen een vaktechnisch dilemma dat wordt uitgewerkt. De eigen normen kunnen ook een onderdeel van het ontstaan van een dilemma zijn geweest. In dat geval wordt verwacht dat de trainee deze normen en waarden meeneemt in de onderbouwing van de keuze die is gemaakt.

Complexiteit dilemma

De complexiteit van het dilemma dient aan te sluiten bij het niveau waarop wordt gefunctioneerd. In het eerste jaar van de praktijkopleiding zijn het relatief eenvoudige dilemma’s. In het tweede en derde praktijkopleidingsjaar neemt de complexiteit van de dilemma’s toe.

Een dilemma heeft vaak een relatie met de fundamentele beginselen uit de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA) of de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO), maar dit is niet per se noodzakelijk. Het persoonlijk dilemma wordt vaak complex door de context waarin het dilemma zich afspeelt. Zo heeft de trainee te maken met meerdere belanghebbenden die elk hun eigen belang bij de uitkomst van de keuze hebben. Het wegen van de – soms strijdige – belangen van meerdere belanghebbenden is veelal een bron voor het ontstaan van een persoonlijk dilemma voor de trainee. Ook kan een dilemma complex worden doordat problemen in de loop van de tijd ontstaan (cumulatie van gebeurtenissen). Het is belangrijk dat de trainee dit goed weergeeft in de uitwerking. Ook cultuur en gedrag kunnen tot situaties leiden waardoor de trainee een complex persoonlijk dilemma ervaart. 

Het ontstaan van een dilemma

Zoals in punt 3 is opgenomen heeft een dilemma vrijwel altijd een relatie met een of meerdere fundamentele beginselen uit de VGBA. In artikel 2 van de VGBA worden de volgende fundamentele beginselen genoemd:

  • professionaliteit;
  • integriteit;
  • objectiviteit;
  • vakbekwaamheid en zorgvuldigheid; en
  • vertrouwelijkheid.

Uit de toelichting bij artikel 1 van de VGBA blijkt dat de fundamentele beginselen kunnen worden bedreigd. Een bedreiging kan ontstaan door:

  • eigen belang;
  • zelftoetsing;
  • belangenbehartiging;
  • te grote mate van vertrouwdheid;
  • intimidatie.

Door het ontstaan van een bedreiging kunnen fundamentele beginselen op onaanvaardbare wijze in gevaar komen. Er is dan sprake van een risico dat moet worden gemitigeerd om het gevaar weg te nemen. De trainee moet bij de keuze van het te behandelen persoonlijke dilemma nagaan of zich bij de te maken keuze onaanvaardbare bedreigingen van een of meerdere fundamentele beginselen hebben voorgedaan.

Kenmerken van een dilemma

Vaak wordt de vraag gesteld wat nu een ‘goed’ dilemma is. Beter is om te spreken over een passend dilemma. Een dilemma is passend wanneer sprake is van een situatie zoals onder punt 4 is beschreven. Daarbij is het van belang dat de trainee in de praktijk de keuze heeft gehad uit ten minste twee reële alternatieven om uit te kiezen. De alternatieven mogen niet worden verzonnen, maar moeten in de praktijk aan de orde zijn geweest.

Indien het dilemma wordt uitgewerkt in het kader van het referaat,  gaat het om een complex persoonlijk dilemma en is het van belang dat de casus zich heeft afgespeeld in het tweede of derde jaar van de praktijkopleiding.

Het dilemma in het geïntegreerde slotexamen moet actueel zijn en moet zien op een opdracht die niet langer dan twee jaar voorafgaand aan het examen is uitgevoerd. Het dilemma mag niet in het referaat zijn behandeld.

Uitwerking van het dilemma

Om het dilemma duidelijk te beschrijven is het van belang dat de trainee altijd een heldere structuur hanteert. Deze structuur is volgens de NBA-handreiking voor het referaat altijd als volgt:

  • Inleiding
  • Kern
  • Afsluiting

De randvoorwaarden voor bovenstaande onderdelen in het referaat zijn terug te vinden in de NBA-handreiking voor het referaat. Op hoofdlijnen kan de verdere invulling er als volgt uitzien:

  1. Inleiding
    De uitwerking start met een korte inleiding waarin de aanleiding voor het dilemma, het dilemma zelf, de uiteindelijke keuze en een leeswijzer kan zijn opgenomen.

  2. Kern, met daarin:
    • een korte beschrijving van de casus, de opdracht waar de trainee voor ingezet werd en de rol van de trainee op de opdracht;
    • de probleemstelling, een nadere uitwerking van het dilemma en de deelvragen die nodig zijn om het dilemma op te lossen;
    • de belanghebbenden en hun (deel)belangen;
    • de alternatieven die bij de oplossing van het dilemma de revue zijn gepasseerd;
    • de voor- en tegenargumenten van de verschillende alternatieven, rekening houdend met de diverse belangen;
    • de afwegingen die zijn gemaakt om tot het gekozen alternatief te komen. Daarbij is van belang dat de trainee duidelijk aangeeft waar de trainee spreekwoordelijk van wakker heeft gelegen en hem/haar persoonlijk heeft geraakt.
  3. Afsluiting, met daarin:
    • de conclusie en reflectie op het gekozen alternatief. Wat heeft de trainee geleerd van het dilemma en hoe zou in een vergelijkbare situatie door de trainee gehandeld worden en hoe kan de situatie waarin het dilemma is ontstaan in de toekomst worden voorkomen;
    • bij een referaat: twee stellingen met een (maatschappelijke) relevantie.

Samenvatting

Samenvattend kunnen de verschillen tussen een vaktechnisch probleem en een persoonlijk dilemma als volgt worden weergegeven:

Vaktechnisch probleem Persoonlijk dilemma
Heeft te maken met uit te voeren werkzaamheden. Vloeit voort uit bedreigingen van fundamentele beginselen, eigen normen en waarden.
Oplossing is eigenlijk altijd wel te vinden, eventueel in samenspraak met derden. Oplossing ‘schuurt’, aan elke keuze zitten nadelen die het maken van een keuze lastig maakt.
Heeft bijna altijd te maken met regelgeving (RJ, NV COS, IFRS, Financial auditing). Heeft vaak een relatie met de VGBA, met de ViO of met ethische beginselen.
Voelt als uitdaging om op te lossen. Voelt als ‘buikpijn’ om op te lossen.
Ontbreken van strijdige belangen tussen een of meerdere belanghebbenden. Meerdere (soms strijdige) belangen van meerdere belanghebbenden.

Leren van dilemma’s tijdens de praktijkopleiding

Tijdens de praktijkopleiding leert de trainee persoonlijke dilemma’s te herkennen en ermee om te gaan. Referaatbegeleiders geven aan dat veel trainees pas tijdens de referaatgroep begrijpen wat er wordt bedoeld. Omdat veel trainees niet goed weten wat bedoeld wordt, lukt het hen niet goed een dilemma te beschrijven. 

Daarom kan het trainees helpen eerst voor zichzelf scherper te krijgen wat wordt bedoeld, door:

  • Een ervaren collega eens te vragen een voorbeeld te geven van een (al dan niet persoonlijk) dilemma.
  • Dilemma’s te bespreken tijdens de intervisie.

Als meer duidelijk is wat wordt bedoeld, kan een persoonlijk dilemma beter en bondiger worden beschreven.

De trainee zal tijdens de praktijkopleiding eerst kennis maken met een relatief eenvoudig dilemma. In de loop van de praktijkopleiding zal het dilemma steeds complexer worden (zie tabel hieronder).

Jaar Niveau persoonlijke dilemma Opdracht voor de trainee tijdens de praktijkopleiding:

1

Relatief eenvoudig - Minimaal één (relatief eenvoudig) uitwerken in de jaarrapportage.
2 Toenemende complexiteit - Ermee leren omgaan en minimaal één uitwerken in de jaarrapportage.
3

Complex

- Beschrijven van een complex persoonlijk dilemma tijdens het referaat en laten zien dat je daarmee om kunt gaan.
- Minimaal één complex dilemma uitwerken in de jaarrapportage.
- Minimaal één complex dilemma presenteren tijdens het slotexamen.

 

Tijdens de praktijkopleiding zal een trainee in elk geval vijf keer een dilemma moeten beschrijven.

Overzicht beschrijving dilemma’s in de Praktijkopleiding

Jaarrapportage

In iedere jaarrapportage behandel jij ook één of meer dilemma’s overeenkomstig het niveau van je praktijkopleiding. De complexiteit van de dilemma’s sluit aan bij het niveau waarop je functioneert.

Referaat

In het derde jaar van de praktijkopleiding neem je deel aan een referaatgroep. Aan de hand van een door jou uitgevoerde (geanonimiseerde) opdracht bespreek je het dilemma/de dilemma’s die je bent tegengekomen. Verder plaats je jouw dilemma(’s) in een bredere maatschappelijke context. Hierover voer je aan de hand van stellingen een discussie. Het moet gaan om een complex persoonlijk dilemma. Het is van belang dat de casus zich heeft afgespeeld in het tweede of derde jaar van de praktijkopleiding.

Geïntegreerd slotexamen

Je begint je examen met een presentatie van ongeveer tien minuten over een door jou op het niveau van een startbekwaam accountant uitgevoerde opdracht, waarbij je een professioneel oordeel hebt moeten geven. Hierbij moeten zich één of meerdere dilemma’s voor hebben gedaan, die je in je presentatie uiteen zet. Je laat zien hoe je met dit dilemma of deze dilemma’s bent omgegaan en welke keuze(s) je hebt gemaakt. Het moet gaan om ten minste één relatief complex dilemma. De opdracht die je beschrijft moet actueel zijn en mag daarom niet langer dan twee jaar voorafgaand aan je examen zijn uitgevoerd. De opdracht moet betrekking hebben op één (of meer) van de werkdomeinen en mag niet in je referaat zijn behandeld.